Skip to main content

Zaterdagochtend, 08:30. Koffie in de hand, sporttas in de kofferbak, en langs de lijn staan weer diezelfde ouders. De één met liefdevolle aanmoediging, de ander met een stoomwolk boven het hoofd omdat de scheids volgens hem “geen verstand van de regels” heeft.

Het is treurig dat we het moeten zeggen, maar het moet: de sportvelden van Nederland barsten van de onveiligheid. Te vaak fysiek en sowieso mentaal. En die mentale onveiligheid beperkt zich niet tot voetbal. Het is een spiegel van wat we ook op werkvloeren, in teams en zelfs in gezinnen tegenkomen.

We snakken naar resultaten, maar vergeten de mens. En precies daar begint de uitdaging: willen we bouwen aan een performancecultuur, dan moeten we aan de bak met complimenten, feedback en het moedige gesprek.

De vier gezichten van cultuur

In mijn boek beschrijf ik het volgende: er zijn vier dominante culturen waarin teams, gezinnen en organisaties kunnen zitten:

  • 1. Vermijdingscultuur – geen complimenten, geen feedback. Iedereen kijkt de andere kant op.
  • 2. Zorgcultuur – wel complimenten, geen feedback. Iedereen is lief, maar niemand leert.
  • 3. Angstcultuur – wel kritiek, geen complimenten. Mensen lopen op eieren.
  • 4. Performancecultuur – complimenten én feedback. Hier mag je groeien.

Veel mensen dénken dat ze in vakje vier oftewel een performancecultuur zitten. Maar als je eerlijk bent… hoeveel complimenten geef jij eigenlijk per week? En hoe vaak durf jij dat ene lastige gesprek écht aan te gaan?

Complimenten: onderschat maar onmisbaar

Het begint vaak simpel: met een compliment. Maar dat is dus niet “goed gedaan” roepen als een automatisme. Een goed compliment is specifiek, oprecht en vooral functioneel. Bijvoorbeeld:

“Ik vond het krachtig hoe jij net dat gesprek aanging, dat gaf rust in het team.”

Veel mensen zijn niet gewend om complimenten te ontvangen. Ze wimpelen het weg.

“Ach, was niks.” Of: “Jij had het anders ook gedaan.”

We moeten af van die Calvinistische zelfrelativering. Een compliment is geen borstklopperij. Het is voeding. Mentale brandstof.

Complimenten spreker mentale kracht performance cultuur

Wil je een cultuur bouwen waarin mensen leren, herstellen en presteren? Begin dan met het benoemen van wat goed gaat. En vergeet jezelf niet. Geef jezelf ook af en toe dat schouderklopje.

“Wow, dat heb ik toch maar mooi geflikt.”

Feedback: de vergeten spier

Feedback is niet iets wat je “ook nog moet doen” tijdens het functioneringsgesprek. Het is een leerspier die je traint. Net als buikspieren: als je het nooit doet, dan gaat het pijn doen zodra je er wél iets mee moet.

Goede feedback is geen oordeel, maar een perspectief. Het is: “Wat ik zag was dit… en dit is wat het met me deed.”

En ja, dat kan gaan schuren. Maar precies daar ontstaat het goud.

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Als niemand elkaar aanspreekt, wordt niemand beter. Dan houden we elkaar klein, terwijl we elkaar groot zouden kunnen maken.

  • Geen feedback = geen groei.
  • Te veel kritiek = angst.
  • Te veel complimenten = pappen en nathouden.

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Als niemand elkaar aanspreekt, wordt niemand beter. Dan houden we elkaar klein, terwijl we elkaar groot zouden kunnen maken.

Het moedige gesprek

Soms is feedback niet genoeg. Soms moet je het echte gesprek voeren. Het moeilijke gesprek. Het moedige gesprek.

Dat gesprek waarin je zegt:
“Wat je doet, raakt mij.”
Of: “Ik zie gedrag dat niet past bij wie we willen zijn als team.”

En ja, dat is spannend. Want wat als de ander boos wordt? Wat als de sfeer verpest raakt?

Maar wat als je het niét doet? Wat blijft er dan sudderen onder de oppervlakte? Hoeveel relaties zijn stukgelopen, hoeveel teams uit elkaar gevallen, simpelweg omdat mensen hun mond hielden?

“The quality of your life is directly related to how many uncomfortable conversations you’re willing to have.”

– Mastin Kipp

Het moedige gesprek is geen scheldpartij. Het is geen afrekening. Het is een uitnodiging tot verbinding. Een oproep om samen beter te worden. Het is een vorm van mentale kracht in actie: kwetsbaar durven zijn, met een rechte rug.

Langs de lijn: van armoede naar ontwikkeling

Laat ik het even concreet maken. De voetbalvelden van Nederland zijn een perfecte afspiegeling van onze cultuur. Daar zie je alles terug: de prestatiestress, het gebrek aan complimenten, de angst voor falen, en het onvermogen om elkaar fatsoenlijk feedback te geven.

In mijn laatste LinkedIn-post noemde ik het als volgt: Voetbal is armoede. En daarmee bedoelde ik niet de sport zelf maar alles wat er omheen hangt en gebeurt langs de lijn. Ouders die hun kinderen kapot coachen, scheidsrechters uitkafferen en denken dat winnen belangrijker is dan leren.

Dat is dus geen performancecultuur. Dat is een angstcultuur. Of erger nog: een cultuur van projectie. Volwassenen die hun eigen frustraties afreageren op kinderen die juist veiligheid nodig hebben om te groeien.

Mijn aanpak is soms wat confronterend maar wel doeltreffend als het gaat om kinderen weer te leren genieten van sport, plezier maken en zichzelf te ontwikkelen.

Eén regel die ik altijd vooraf geef aan ouders:

“Jullie taak is genieten. Mijn taak is coachen. Jullie mogen ‘hup’ en ‘kom op’ zeggen en verder hou je je mond.”

Feedback, complimenten en rolzuiverheid in één klap. Heldere kaders, met een glimlach, maar wel duidelijk. Precies zoals ik graag doe in mijn trainingen en lezingen: confronterend met een grote glimlach.

Buiten winnen = binnen beginnen

Iedereen wil presteren. Op werk, thuis, in de sport. Maar echte performance begint bij veiligheid. Bij een cultuur waarin je fouten mag maken, waarin je hoort wat goed gaat, en waarin iemand de moed heeft om je op iets aan te spreken.

In mijn boek gebruik ik het model van vier culturen. En die zijn net zo toepasbaar op een voetbalteam als op een MT, een relatie of een klaslokaal.

  • In een vermijdingscultuur zegt niemand iets. Mensen haken af.
  • In een zorgcultuur is iedereen lief, maar niemand groeit.
  • In een angstcultuur lopen mensen op hun tenen.
  • In een performancecultuur word je gezien, gehoord én gespiegeld.

Waar zit jij? En belangrijker: wat doe jij om jouw team richting vakje vier te bewegen?

7 concrete tips voor een gezonde feedbackcultuur

  • 1. Geef 3 complimenten voor elke kritische noot.
    De ‘groene knop’ verzacht de impact van de ‘rode knop’.
  • 2. Gebruik de “tip & top” methode.
    Benoem wat goed gaat én wat beter kan.
  • 3. Spreek gedrag aan, geen persoonlijkheid.
    “Je onderbrak me drie keer” is iets anders dan “Jij bent onbeleefd”.
  • 4. Vraag actief om feedback.
    Dat maakt het veiliger voor anderen om eerlijk te zijn.
  • 5. Zorg voor één-op-één gesprekken.
    Feedback is geen groepssport. Kwetsbaarheid groeit in veiligheid.
  • 6. Durf stilte te laten vallen.
    Niet alles hoeft meteen opgelost. Soms moet iets even landen.
  • 7. Wees het voorbeeld.
    Geef zelf complimenten. Vraag feedback. Voer het moedige gesprek.
feedback ontdek je mentale kracht performance cultuur

Tot slot: feedback is geen tool, het is cultuur

Een feedbackcultuur bouw je niet met posters aan de muur of HR-projecten in SharePoint. Je bouwt het met mensen. Door anders te kijken, anders te praten en vooral: anders te luisteren.

En ja, dat is spannend. Maar zoals Churchill het zei:

“Courage is what it takes to stand up and speak. Courage is also what it takes to sit down and listen.”

Wil je een team dat floreert, een gezin dat groeit of een sportveld waar ontwikkeling voorop staat? Dan moet je durven. Durven kijken. Durven spreken. Durven luisteren.

Complimenten geven, feedback omarmen en het moedige gesprek voeren, dát is de weg naar mentale kracht én duurzame performance.

Volg Michael

Benieuwd wat Michael bezig houdt? Waar die op het podium staat als spreker? Als eerste op de hoogte van nieuwe blogs vol mentale (veer)kracht? Volg Michael via social media.

Nieuwste Instagram berichten: