De ‘Week van de Mentale Gezondheid’ ligt inmiddels weer achter ons.
Een week waarin we extra aandacht vragen voor hoe mensen zich voelen. Een week waarin we stilstaan bij mentale problemen, psychisch welzijn en de uitdagingen waar ook steeds meer jongeren mee worstelen.
Laat ik vooropstellen: die aandacht is belangrijk.
Maar terwijl ik de afgelopen week allerlei berichten, campagnes en initiatieven voorbij zag komen, bleef één gedachte door mijn hoofd spoken:
Dat klinkt misschien wat tegendraads.
Toch denk ik dat het een vraag is die we onszelf eerlijk moeten stellen.
Want als er één ding opvalt, dan is het dit: nog nooit hebben we zoveel gesproken over mentale gezondheid als nu. Nog nooit waren er zoveel programma’s, coaches, trainingen, onderzoeken, bewustwordingscampagnes en interventies.
En tegelijkertijd voelen veel jongeren zich juist minder goed.
Dat betekent niet automatisch dat al die aandacht verkeerd is. Maar het betekent wél dat we kritisch moeten durven kijken naar onze aanpak.
Van gevoelens naar functioneren
Steeds vaker lijkt mentale gezondheid te draaien om één centrale vraag:
“Hoe voel je je?”
Op scholen hangen gevoelsthermometers. In organisaties wordt regelmatig ingecheckt op welzijn. Ouders proberen hun kinderen te helpen hun emoties te benoemen.
Allemaal goed bedoeld.
Maar soms vraag ik me af of we niet iets belangrijks uit het oog verliezen.
Want gevoelens zijn belangrijk. Maar gevoelens zijn niet hetzelfde als mentale gezondheid. Sterker nog: een mens kan zich soms prima voelen en tegelijkertijd een ongezond leven leiden.
En een mens kan zich ook soms onzeker, gespannen, angstig, verdrietig en/of boos voelen terwijl hij/zij juist bezig is met groeien.
Dat onderscheid lijken we steeds vaker kwijt te raken.
Want teleurstelling, verdriet, angst, boosheid en stress zijn niet per definitie een probleem.
Het zijn menselijke ervaringen!
Sterker nog: zonder die ervaringen ontwikkelen we nauwelijks veerkracht en weerbaarheid.
Als ouder, docent, leidinggevende of hulpverlener hoeven we niet elk ongemak direct weg te poetsen. We moeten onze kinderen juist helpen om er mee om te gaan en erdoorheen te bewegen.
Wat corona ons leerde
Tijdens corona gebeurde iets opvallends.
Toen de scholen dichtgingen, sportclubs sloten, sociale contacten wegvielen en het dagelijks leven stilviel, zagen we op grote schaal wat er gebeurt wanneer structuur, verbinding en betekenis verdwijnen.
Natuurlijk waren er uitzonderingen. Sommige kinderen bloeiden op. Maar voor veruit de meeste jongeren gold het tegenovergestelde.
Hun welzijn kreeg een flinke klap.
Niet omdat ze ineens minder over gevoelens praatten. Maar omdat het ‘gewone’ leven wegviel.
En daar zit volgens mij een belangrijke les. Het gewone leven blijkt veel belangrijker voor ons welzijn dan we soms denken:
- Ergens verwacht worden.
- Een vriendengroep of team hebben.
- Fouten maken en leren.
- Verantwoordelijkheid dragen.
- Bijdragen aan iets dat groter is dan jezelf.
Dat zijn geen details.
Dat zijn dé bouwstenen van mentale gezondheid.
We proberen de storm te verwijderen
Op dit moment werk ik volop aan mijn nieuwe boek: ‘Mentale kracht begint thuis’.
Daarin onderzoek ik een vraag die mij als vader, trainer en spreker mentale kracht steeds meer bezighoudt:
Mijn voorlopige antwoord ligt bovenal bij de ouders.
In het eerste hoofdstuk beschrijf ik de storm waarin wij leven, want ja, die is er, en mijn bescheiden mening is dat we te veel bezig zijn om de storm te beteugelen. Terwijl we eigenlijk sterkere schepen en ankers zouden moeten bouwen.
Veel ouders ‘curlen en helikopteren’.
We willen onze kinderen beschermen:
- Voor teleurstelling.
- Voor verdriet.
- Voor afwijzing.
- Voor falen.
- Voor ongemak.
De grootste stabiliteit zit vaak niet in het kind
Een van de belangrijkste inzichten uit mijn nieuwe boek is dat de grootste stabiliteit voor een kind vaak niet in het kind zelf zit. Die zit in de mensen om hen heen. De ouders en opvoeders!
Ouders vragen mij regelmatig:
"Hoe maak ik mijn kind veerkrachtig en weerbaarder?"
Mijn wedervraag is vaak:
"Hoe veerkrachtig en weerbaar ben jij zelf, oftewel wat voor voorbeeld ben jij?"
Dat klinkt misschien confronterend.
Maar kinderen leren veel minder van wat wij zeggen dan van wat wij voordoen.
Wanneer ouders voortdurend gestrest zijn, altijd aan staan, te vaak emotioneel zijn en/of emotionele beslissingen nemen, nemen kinderen dat waar.
Wanneer ouders rust uitstralen tijdens tegenslag, verantwoordelijkheid nemen voor hun gedrag en laten zien hoe herstel werkt, nemen kinderen dat óók waar.
Daarom is de titel één van de – misschien wel belangrijkste – hoofdstukken: ‘Voorleven is het nieuwe opvoeden.’
Kinderen luisteren misschien soms slecht.
Maar ze kijken en leren altijd!
Denk daar eens over na.
Wat mensen werkelijk sterker maakt
In het boek besteed ik veel aandacht aan een theorie die in de wetenschap al jarenlang stevig wordt ondersteund: de zelfdeterminatietheorie (ZDT).
Die theorie laat zien dat mensen floreren wanneer drie psychologische basisbehoeften voldoende worden vervuld:
Opvallend genoeg zijn dit precies de dingen die vaak ontstaan door actief mee te doen aan het leven.
- Niet door eindeloos over gevoelens te praten.
- Maar door samen te zijn. Door te oefenen, te experimenteren, te falen, te leren en dus met elkaar te groeien.
Door te ontdekken dat iets vandaag nog lastig is, maar morgen al iets beter gaat.
Juist dat proces voedt zelfvertrouwen. Niet omdat iemand tegen je zegt dat je geweldig bent. Maar omdat je ervaart dat je sterker bent dan je dacht.
Misschien moeten we de vraag veranderen
Nu de ‘Week van de mentale gezondheid’ voorbij is, hebben we misschien een goede reden om iets minder vaak te vragen:
“Hoe voel je je?”
En iets vaker vragen:
- “Waar hoor je bij?”
- “Wat wil je leren?”
- “Waar draag je verantwoordelijkheid voor?”
- “Wat heb je deze week geoefend?”
- “Wat lukte er vandaag dat gisteren nog niet lukte?”
Want mentale gezondheid ontstaat zelden doordat we er voortdurend naar zoeken. Vaak ontstaat ze als bijproduct.
- Van verbinding.
- Van ontwikkeling.
- Van betekenis.
- Van verantwoordelijkheid.
- Van het gewone leven.
Misschien is ongemak niet het probleem
Laat ik duidelijk zijn.
Dat betekent niet dat gevoelens onbelangrijk zijn. Integendeel.
Ik denk wel dat we veel meer gevoelens moeten normaliseren.
Want pijn, verdriet, angst, faalangst en onzekerheid is nou eenmaal onderdeel van het leven en zijn niet altijd de beste richtingaanwijzer om je totale mentale welzijn aan op te hangen.
Soms moeten we misschien iets meer accepteren dat bijvoorbeeld ongemak eventjes bij het leven hoort – om vervolgens gewoon weer door te gaan met leven en vooral betekenen. Daar ligt vaak de oplossing voor een verbeterd mentaal welzijn.
De grootste en misschien wel meest belangrijkste uitdaging van deze tijd?
Niet het creëren van een wereld zonder stormen.
Maar het opvoeden van een generatie die ontdekt dat zij sterker is dan de storm waarin zij soms terechtkomt.
Tot een volgende blog,
Michael
michael@michaelkortekaas.nl
Noot.
Zoek professionele hulp als je langere tijd uit balans en/of voor je gevoel vastloopt in het leven. Dat is niets om je voor te schamen. Sterker nog, het getuigt van eigenaarschap en persoonlijk leiderschap.


